Interviews
Belgische goochelaar Rafael (30) wint prestigieuze prijs in Las Vegas
Goochelaar
Rafael: Ik goochel om mensen te laten lachen. Hij is zonder twijfel de bekendste goochelaar van ons land. Maar buitenland.
Zijn shows zijn even verrassend als grappig. Soms lijkt Rafael een echte tovenaar. Hij doet dingen die je niet kan snappen.
Voorwerpen of zelfs duiven
verdwijnen of verschijnen. Hij kan in de
lucht zweven of anderen laten
zweven. En nog veel meer... Maar
Rafaelis ook een echte komiek. Bij
zijn optredens valt heel wat te lachen.
Dat maakt zijn goochelen en stunts
heel bijzonder. Wablieft had een gesprek
met Rafael. Het geheim van zijn
trucs wilde hij natuurlijk niet verklappen.
Toch praatte hij graag en vlot over
zijn beroep en zijn loopbaan. Wablieft:
Wanneer ben je met goochelen
begonnen? Rafael: Ik ben er al heel
vroeg mee begonnen. Ik weet niet
meer juist hoe. Het heeft altijd in mij
gezeten. Zowel een beetje de
clown uithangen als het goochelen zelf.
Op mijn tiende werd ik lid van een
club voor goochelaars in Leuven. Die
club was eigenlijk alleen voor
volwassenen. Ik moest eerst een proef
doen. Ik moest bewijzen dat ik iets
kon. En toen mocht ik lid worden. Twee
maanden later deed de club een
show in een grote zaal. "Misschien kan
je iets kleins doen", zeiden ze tegen mij.
Uiteindelijk heb ik er 3 trucs gedaan. Onder andere
iets met doekjes en iets met goudvissen. Die
kwamen dan plots tevoorschijn. Er zaten 500 mensen
in de zaal. Toch was ik niet echt zenuwachtig. Voor mij was dat eigenlijk spelen. Ik snapte de ernst daar nog niet van. (lacht)
Hoe leerde je de trucs?
In het begin leer je van boeken uit de bib. Goocheldozen zijn ook goed om te starten. En daarna kan je van andere
goochelaars leren. Je kan ook spullen voor eenvoudige trucs kopen in winkels voor goochelaars. Later heb je daar niet
zoveel meer aan. Dan ga je daar minder naartoe. Dan wil je dingen doen die niemand anders doet. Verder zijn er nog de
vergaderingen van goochelaars. Daar worden trucs voorgedaan en uitgelegd. Niet iedereen is daar toegelaten. Je moet lid
zijn van een goochelclub. Ze moeten je kennen als goochelaar. Of er moet iemand zijn die je er voorstelt. Het is een heel
gesloten wereldje. Dat is natuurlijk om de trucs te beschermen. De waarheid achter een truc moet geheim blijven. Anders
wordt de truc waardeloos. Vanaf 18 jaar werd goochelaar zijn mijn beroep. Voor wie treed je zoal op? Dat verschilt. In België
is het soms op feesten van bedrijven, soms voor kinderen, dan weer voor senioren... Meestal is het in kleine zalen of
theaters. Die kleine shows zijn heel leuk om te doen. Maar ook de grotere shows spreken mij erg aan. Zo heb ik in
Vlaanderen kunnen optreden met de Radio Donna-toer. Deze zomer mocht ik optreden in de zomershow van 'Caals en Van
Vooren' aan de kust. Ik heb ook shows mogen doen in Plopsaland en het Boudewijnpark. Daar heb je een groot podium, een
goede belichting... Ik hou wel van die afwisseling. Altijd voor dezelfde groep mensen optreden zou saai zijn. Ik pas de show
wel wat aan. Voor kinderen kan je bijvoorbeeld niet hetzelfde brengen als voor bejaarden. Maar je bent ook bekend in het
buitenland? Pas vanaf 1999 kennen ze mij in het buitenland. Dat gebeurde toevallig. Het begon met een artikel in een Duitse
krant. Toen kreeg ik de kans iets te doen op de Duitse TV. Daarna volgden er programma's op de Franse TV. Nadien kon ik
ook optredens in die landen doen. Van het één kwam dus het ander. Later hoorden ze ook in Amerika van mij. Ze wilden
eerst een video van mij
zien. Toen mocht ik ook daar komen optreden. In het buitenland is het soms gemakkelijker voor mij. Daar kan je sneller
optreden in grote zalen. Ik doe er veel grote en opvallende trucs. Daarmee laat ik de mensen ook lachen. In Frankrijk is
optreden wel heel bijzonder. Want de Fransen spotten graag een beetje met de Belgen. Ik maak daar echter gebruik van. Ik
speel de kleine Belg. Die begrijpt zelf niet wat hij doet. De trucs zijn zogezegd ook voor mij een verrassing. Humor is erg
belangrijk in je shows? Ja, zeer belangrijk. De meeste goochelaars nemen zichzelf heel ernstig.
De goochelaar is de man die alles kan. Hij heeft alles in zijn macht. Hij weet heel goed wat hij doet. Hij knipt in zijn vingers...
en het meisje verschijnt. Bij mij is dat anders. Ik knip in mijn vingers. Het meisje verschijnt ook wel. Maar ergens anders in de
zaal, niet waar ik het wil. Ik ben niet beter dan de mensen in de zaal. Ik snap mijn trucs zogezegd zelf ook niet. Dat maakt
het leuker voor de mensen. Die humor is ook goed voor het goochelen als vak. Zo wordt het opnieuw meer geliefd. Hoe vind
je nieuwe trucs uit? De ideeën komen soms onverwachts. Bijvoorbeeld als ik een film bekijk of muziek beluister. Of als ik met
de wagen rij. Zo krijg ik soms de gekste ideeën. Maar dan begint het pas. Je begint te zoeken hoe je het in het echt kunt
doen. Meestal maak je de nodige voorwerpen eerst in karton. En daarna maak je ze in het groot. Dan kan je testen of het
werkt. Dat is erg spannend. Soms lijkt het nergens naar. Dan begin je er iets aan te veranderen. Soms wordt het iets
helemaal anders. Dat is grappig om te volgen. Uiteindelijk moet je het uitproberen voor de mensen. En dat is altijd een beetje
een gok. Soms ben je 2 jaar bezig aan het uitwerken van een nieuwe truc. Je steekt er heel wat geld in. Als het dan niet
aanslaat... Maar meestal kan je de truc met een paar aanpassingen nog redden. Mislukt er soms een truc? Dat gebeurt.
Vooral omdat ik dingen doe met dieren. Een duif kan altijd gaan vliegen. Bij mij kan er weinig echt mis gaan. Want ik goochel
om de mensen te doen lachen. Ik zeg altijd: "Het ergste wat er kan gebeuren, is dat de truc lukt." (lacht) De mensen weten
toch niet wat er moet komen. Dus kan je altijd doen alsof het bij de show hoort. Soms kan je dat natuurlijk moeilijk doen.
Bijvoorbeeld als je
een lege kist toont. En plots valt je helpster er uit. Mijn eerste optreden op TV ging ooit fout. Dat viel echt wel op. Het was in
het programma 'Zondag Josdag' met Jos Ghysen. Ik had er niet beter op gevonden dan tweede presentator Bé De Meyer in
2 te zagen. De zaag ging er echter niet helemaal door. Gelukkig loste Jos dat goed op. "Oei, door dat been geraak je
blijkbaar niet helemaal door", zei hij. Maar leuk was het voor mij niet. Je bekendste trucs zijn die met duiven. Vertel daar
eens iets over. Ik speel dan een gek mannetje. Hij is een beetje in de jaren '60 blijven hangen. Hij wil trucs doen met duiven.
Maar de duiven komen tevoorschijn op de meest gekke plaatsen. Hij snapt niet hoe ze daar geraakt zijn. Zo doet hij een
heleboel trucs. En dan volgt er nog een spetterend einde. De duiven veranderen dan in een meisje. Dan valt de mond van de
mensen open van verbazing. Ook andere goochelaars kijken er van op. Hoe heeft hij dat gedaan? Met die truc toon ik in het
buitenland wat ik kan. Je won al verschillende prijzen? Ja. Zo won ik in oktober in Frankrijk een prijs voor de meest
vernieuwende en opvallende goochelaar van het jaar. Dat is een erg bijzondere prijs. De bekende David Copperfield won die
bijvoorbeeld ooit. Meestal winnen Fransen of Amerikanen hem. Ik was de eerste Belg. Het was mijn droom hem ooit te
winnen. Ik dacht 'misschien lukt het als ik 40 ben'. Toch won ik hem nu al. Dat had ik helemaal niet verwacht. Ik won ook al
een prijs in Las Vegas in Amerika. En in Monaco kreeg ik ook een belangrijke prijs. Prins Albert reikte hem uit. Dat was erg
tof. Hij had ook lof voor mij. Hij bewonderde het samengaan van goochelen en humor. Het doet deugd zoiets van zo'n man
te horen. Na het optreden kwam hij mij opzoeken in de kleedkamer. Hij zei toen ook 'proficiat' in naam van zijn vader Prins
Rainier. Die kon zelf niet naar de kleedkamer komen. Want hij is slecht te been. Je bent ook al in China geweest? Ja. De
Chinezen kenden mij van mijn optreden in Monaco. In China is er elk jaar een groot festival. Het is zowel voor artiesten van
het circus als voor goochelaars. Twee weken vooraf vroegen ze mij of ik nog kon komen. Dan heb ik vlug die reis geregeld.
Er moesten immers 200 kilo spullen voor mijn show mee. De duiven konden niet mee. Dus zorgden ze in China voor een
afgerichte duif. Als helpster kreeg ik de Olympische kampioene turnen. 'Die moet toch lenig zijn', dachten ze. Ze hebben mij
daar dus wel verwend. Het was toch een heel aparte ervaring. Chinezen lachen heel anders dan wij. Ze lachen bijna niet met
onze grappen. En andersom. In mijn show komt bijvoorbeeld per ongeluk mijn pruik los. Ik probeer ze terug te zetten. Er
komt dan een duif uit. Het afvallen van die pruik vonden ze daar geweldig grappig. Ze lachten en klapten minuten aan een
stuk. In België glimlachen ze daar eens mee. In China moesten we de muziek aanpassen. Want bij de eerste show daar
werd ik ongerust. Ik dacht 'stop nu met lachen, of ik krijg mijn truc niet op tijd gedaan'. (lacht) Heb je iets geleerd van
Chinese goochelaars? Zij doen heel oude en bekende dingen. Ze doen hun trucs heel traag met trage muziek. Ze
veranderen bijvoorbeeld een kom met rijst in een kom met bloemen. Ze doen ook veel trucs met kaarten. Over sommige
dingen had ik al gelezen. En ik was benieuwd om ze eens te zien. Zo is er de truc met de goudvisjes. Iemand maakt een
salto in de lucht. En dan haalt hij plots een bokaal met goudvisjes tevoorschijn. Hoe kan hij nu een salto maken met die
bokaal? En zonder dat het water of die vissen eruit vallen? Dat vraag je je dan af. Het was boeiend om het eens te zien.
Maar het is niet echt iets voor mij. Op straat maakte ik wel iets tof mee. De Chinese TV had een stukje van mijn show
uitgezonden. Daardoor werd ik op straat herkend. De mensen vroegen mij om een kleine show te geven. En dan deed ik ter
plaatse enkele trucs. Al vlug stond er een kring van honderden mensen rond mij. Het verkeer kon zelfs niet meer door.
Daarna boden ze me thee aan. China was heel bijzonder. Ben je dan altijd en overal klaar om te goochelen? Ik kan altijd wel
een trucje doen. In mijn portefeuille steken spullen voor een paar trucjes. Je kan ook altijd iets doen met dingen
die je van mensen leent. Goochelen op straat zonder voorbereiding komt echt in de mode. Ik ben er dus altijd klaar voor.
Vaak vragen mensen mij iets te doen. Ik vind dat niet vervelend. Want je leert er ook altijd iets van bij. Ik begrijp het ook wel.
Hoe vaak komen mensen een goochelaar tegen? Je geeft hen een soort geschenk. Ze zijn verwonderd. 'Hoe heeft hij dat nu
toch weer gedaan?' vragen ze zich af. Je geeft ze een herinnering. Dat is zeker zo bij kinderen in ziekenhuizen. Ik ga soms
wel eens voor hen goochelen. Die zijn zo verbaasd. Vaak liggen ze weken of maanden in het ziekenhuis. Je kan hen
eens verrassen. Ze spreken daar nog lang over. Ik krijg dan maanden later nog tekeningen en briefjes. Voor mij is het een
kleine moeite. Voor hen is het een groot plezier. Wat als ik goochelaar wil worden? Wat moet ik dan zeker kunnen? Het
belangrijkste is er een show van kunnen maken. Een truc leren kan iedereen wel. Al moet je voor sommige jaren oefenen.
Maar tussen een trucje doen en een show geven is een groot verschil. Een goochelaar moet alles kennen over acteren,
belichting, de juiste bewegingen, hoe een show in elkaar steekt... En ik moet ook weten hoe ik de mensen aan het lachen
kan brengen. Gewoon een trucje doen is eenvoudig. Maar je moet een soort verhaal brengen tussen de trucs. Anders wordt
het al snel saai. Je bent geliefd als goochelaar. Je won al verschillende prijzen. Heb je nog een uitdaging als goochelaar? Ja.
Want ik heb nog heel wat ideeën. En ik zou heel graag iets op TV doen bij ons. Ofwel voor volwassenen ofwel voor kinderen.
Mensen zien graag goochelen op TV. Dat merkte ik toen ik deelnam aan de 'Grote Prijs Bart Peeters'. Ik kreeg erg goede
reacties. "Waarom doe je geen show van een uur?" vroegen ze. Alle buurlanden hebben een vaste goochelshow op TV. Ook
in het buitenland heb ik nog dingen te doen. Toch wil ik liefst in België blijven wonen. Ik heb het hier naar
mijn zin.
(Wablieft - 2002)
Made with Magic Shop Victoria Web Designer
http://www.rafael.be/